Alternatief
wonen: Leven in een Ger (Reportage:
Philippe Clément)
Jerry
Baets en Sofie
Hoet, beiden fervente
buitensporters, hebben gekozen om op een minder luxueuze en vooral minder
vanzelfsprekende manier door het leven te gaan. Voor hen geen thermostaat,
boilers of tv, maar vuurtje
stoken, water halen en vooral dicht bij de natuur leven. Om het hoofd te
kunnen bieden tegen de ergste natuurelementen opteerden zij ervoor om in
een ‘Mongoolse ger’, ook wel ‘yurt’ genoemd, te wonen. Dat het een
harde levenswijze is blijkt al meteen bij aankomst. Sofie komt me lachend
begroeten met in de hand een potje vloeistof dat keihard bevroren is.
“We zijn net op en dan vriest het binnenin de tent. Zie, mijn
contactlenzen zijn helemaal bevroren”. Jerry is druk bezig de kachel aan
te maken en dra is de smaakvol ingerichte tent gezellig warm. - Hoe komt iemand, die in een welvaartstaat leeft, op het idee om in een tent te gaan wonen? Jerry “Voor mij hoeft het niet zo vanzelfsprekend te zijn dat ik maar op een knopje moet drukken om iets te krijgen. Ik vind het leuk om bewust met alledaagse dingen bezig te zijn. Bijvoorbeeld, als ik in de winter ‘s morgens opsta, is het hier koud en moet ik eerst hout hakken en vuur maken. Ik wil dicht bij de natuur leven en het leuke aan wonen in een tent is dat je de natuurelementen zo goed aanvoelt. In een appartement hoor je de plafond kraken omdat de bovenbuur thuis is, maar in een tent hoor je de wind huilen of de regen die tegen het canvas klettert. En als het koud is, moet je gaan stoken.” Sofie “Wat ik tof vind, is dat je oplossingen moet zoeken voor banale problemen. We hebben geen waterleiding, maar toch wel een eenvoudige douche. Deze bestaat uit een simpele waterzak, die we vullen met opgewarmd water. Het water stroomt door een stuk tuinslang en komt dan terecht in een oude houten ton die we voor 4 euro op de kop konden tikken.” Jerry “Het is leuk om te beseffen dat er ook een eenvoudige, simpele manier bestaat om dezelfde resultaten te krijgen als iemand die in een huis woont. Ons eenvoudig systeem werkt ook, alleen duurt het wat langer. We hebben zelfs een bad dat buiten aan de rand van een vijver staat. Het kost inderdaad iets meer moeite dan alleen maar een warmwaterkraan open te draaien (Ze moeten eerst een vuurtje stoken onder het bad om het water op te warmen), maar wat een sfeer. Een bad nemen is bijna een ritueel geworden. Pas op, het kan zijn dat we dit binnen één of twee jaar moe zijn en terug in een gewoon huis gaan leven. Maar nu vinden we dit leuker.” - Jullie wonen nu al enkele maanden in deze ger. Je hebt ondertussen een heuse najaarsstorm mogen meemaken. Ben je al problemen tegengekomen? Jerry
“Ja, natuurlijk! Maar
daar zijn ook altijd oplossingen voor te vinden. De storm heeft vijf dikke bomen geveld in ons bos, maar de tent heeft
geen schade geleden. We hebben toen extra touwen over het dak gespannen om
de tent steviger te verankeren. Op de Mongoolse vlaktes zijn er ook
windsnelheden van 150 km/u. Verder
moet er rond de schoorsteenuitlaat een extra stuk brandvrije stof worden
bevestigd. Dat zijn
natuurlijk dingen die je ontdekt door ondervinding.” Sofie
“’s Morgens is het soms wel heel koud, maar op de koudste dagen
kleedde ik me aan onder de dekens. En na een warme chocolademelk, was ik
snel weg naar mijn werk. Maar dit probleem heb je alleen in de winter en,
ik moet toegeven, wanneer je de kachel hebt aangemaakt, geniet je wel
dubbel zoveel van de gezellige warmte. In de zomermaanden is het
onmogelijk om in een donkere kamer te slapen omdat het witte canvas zoveel
licht doorlaat. Maar ik los dat op door een slaapmaskertje te dragen,
zoals op het vliegtuig.” Jerry
“Je hoort ook elk geluid, rondom de tent. Er is geen geluidsisolatie,
maar voor ons is dit geen nadeel. Integendeel, wij wonen in een bos en wat
is er nu heerlijker dan wakker worden en de vogeltjes horen fluiten. Of
het ruisen van het bladeren.” Sofie
“Inderdaad! De algemene reactie van de mensen, die ons bezoeken, is dat
het hier kei relaxerend is.
Misschien dat de typische ronde vorm van de ger daar ook een rol in
speelt?” - Was je al lang van plan om in een tent te
wonen? Is het een langverwachte kinderdroom die in vervulling gaat? Jerry “(Lacht) Oei, neen! Twee jaar geleden had ik nooit kunnen denken dat ik nu in een ger zou wonen. Ik woonde vroeger in een klein donker appartementje, midden in ‘t stad (Antwerpen) en voelde mij daar helemaal niet gelukkig. Je komt buiten en je ziet overal muren. Je moet kilometers rijden om een park te vinden om te joggen. Nu woon ik als het ware middenin een park.” Sofie “Met een vijver (steekt vingertje omhoog).” - Als je in de natuur wou wonen, kon je toch evengoed een oud boerderijtje zoeken? Jerry “Een ger vond ik toch een goedkopere en praktischer oplossing. Je bent ook niet echt plaatsgebonden. Deze ger breek ik af in minder dan een uur. Het opzetten duurt ongeveer drie uur. En, … al het materiaal past in mijn R4’tje. Zij het niet op reglementaire wijze (lacht).” - Ik had eerlijk gezegd nog nooit van een ger gehoord. Hoe heb jij deze soort tent leren kennen? Jerry “Een vriendin van mij leefde een tijdje bij mensen die zelf een ger hadden gebouwd. Ze toonde mij foto’s en ik vond dat wel een toffe manier van wonen. Langzaam rijpte het idee om er ook eentje te maken. Op een goeie dag heb ik mij dan aan het werk gezet omdat ik er ontzettend veel zin in kreeg om het ook eens te proberen. Eerst heb ik het houten wiel gemaakt, waar het volledige dak aan hangt, dan de palen en vier maanden later was ze voltooid. Ik houd er wel van om creatief bezig te zijn. Ze hebben mij ondertussen gevraagd om een ger te maken voor een hotel in Frankrijk. De tent zal daar als hotelkamer gebruikt worden.” - Heb je boeken gebruikt die beschrijven hoe je een ger moet bouwen want dergelijke constructie ziet er heel vernuftig uit? Jerry “Neen, alleen enkele foto’s. Je vindt wel enkele handleidingen op het internet, maar elke ger verschilt zó van afmetingen dat je toch zelf heel wat initiatief moet nemen. Mijn tent is gebaseerd op de Mongoolse ger die in het midden een zware houten ring heeft en wordt ondersteund door twee houten palen. Rondom zie je een uitrekbaar frame van bamboe en het geheel is overspannen met canvas. Ik kon ook bachezeil gebruiken zoals bij de vrachtwagens, dat vrijwel onverslijtbaar is, maar canvas is gemakkelijker te bewerken.” Sofie
(op de achtergrond) “En tien
keer zo mooi! Je moet wel een professionele naaimachine hebben. In het
begin hebben we heel wat gewone machientjes om zeep geholpen omdat ze te
gemakkelijk oververhit raakten.”
Jerry “Stromend water hebben we niet. Eén keer per week vullen we onze grote ton met jerrycans. Het toilet is een hokje in het bos. Gewoon een plank met in het midden een gat erin, zoals 50 jaar geleden, op de boerenbuiten.” Sofie “Nu en dan strooien we er een dikke laag as in om de kwalijke geurtjes te verdoezelen. De afwas gebeurt in de douche. We gebruiken geen gewone detergenten of zeep, alleen biologisch afbreekbare producten. Koken doen we op een gasvuur en elektriciteit gebruiken we voor de koelkast, om enkele lampjes te doen branden en om muziek te beluisteren.” (op de achtergrond speelt rustige Tibetaanse muziek) Jerry “De tent wordt verwarmd door een kachel waar we hout of kolen in branden. Als isolatie gebruik ik noppenplastiek die zich tussen de twee lagen canvas bevindt.” Sofie “Maar in een originele ger bestaat de isolatie uit samengeperste schapenwol, vergelijkbaar met vilt. Het is een proces, dat een maand kan duren en om deze te maken en je hebt héél veel schapen nodig (lacht). Zo’n ger op de Mongoolse steppe is ook veel kleiner en heeft geen ramen om de warmte beter te kunnen behouden. Maar ja, in de winter is het daar dan ook –40°C.”
Sofie (architect) “We mogen hier staan omdat het een verblijfsrecreatiegebied is en geen dagrecreatie- of natuurgebied. We mogen hier geen huis bouwen, maar een gemakkelijk afbreekbare constructie, zoals een tent is wel toegestaan. Ook mogen we ons woonadres hier niet hebben.” Jerry “De politie is op bezoek geweest en die vond het wel interessant, maar bezwaar hadden ze niet.” - Zijn jullie twee buitenbeentjes, of kennen jullie nog mensen die in een ger wonen in België of Nederland? Sofie “Ik
hoor vaak van mensen dat in een ger
wonen populair wordt, maar in België heb ik nog niemand ontmoet die
leeft zoals wij.” Jerry
“In Nederland bestaat er wel een camping waar je in een ger kan
verblijven, maar ik ken niemand die er continu in woont. Althans niet in
de Benelux. In Zuid-Frankrijk en Groot-Brittannië blijkt het wel meer
voor te komen.” Voor
verdere vragen en inlichtingen kan je Jerry en Sofie contacteren op
volgend adres: Jerry Baets Van
Asschestraat 97 Wommelgem Tel: 0478/588951
of: 03/3222640 E-mail: sohobarca@hotmail.com
Oorsprong Tot
vandaag is de ger de woonst bij uitstek voor de meeste Mongoliërs. Deze
grote, witte, vilten tenten worden ook wel yurts genoemd, maar om de
Mongoolse nationalistische gevoelens niet te kwetsen gebruik je beter het
woord “ger” (De naam “yurt” werd geïntroduceerd door Russische
indringers). Van
de uitgestrekte steppes tot zelfs de buitenwijken van de hoofdstad Ulaan
Baatar zie je bijna uitsluitend deze ronde tenten. Het is niet moeilijk te
begrijpen waarom. Hout en bakstenen zijn schaars en duur, terwijl er een
overvloed is aan dierenhuiden, die goedkoop en onmiddellijk beschikbaar
zijn. De
Mongoolse ger is zó ontworpen dat ze kan weerstaan aan de extreemste
weersomstandigheden, zoals arctische blizzards, komende van Siberië
waarbij de temperaturen geregeld tot –40°C dalen. De hele structuur is
opvouwbaar en compact genoeg
om te kunnen vervoeren met één enkel lastdier. De Mongoliërs zijn nog
steeds een nomadisch volk. Daarom is het belangrijk dat hun woning snel
kan worden opgebouwd en afgebroken. Afhankelijk van de grootte, kan een
ger worden gemonteerd in één tot drie uur. In de vroege zomer kan je
hele nomadische families zien met yaks, kamelen of paarden die het hele
huishouden honderden kilometers vervoeren naar betere leefgronden. Opbouw De
Mongoolse ger heeft rechte balkjes (uni) die het dakgebinte vormen en
vasthaken in een zware, houten ring (toghona). Die ring, die het midden
van het dak vormt, wordt ondersteund door twee houten palen (bagana) en
houdt de schoorsteen van de houtkachel op zijn plaats. De wand bestaat uit
een lattenframe (qana) dat wordt opengetrokken zoals een klimplantenrek.
Het gehele frame, inclusief dak, wordt dan overtrokken met vilt (isegei)
dat gemaakt is van geplette schapenvacht. Vilt heeft goede isolerende
eigenschappen en is genoeg waterdicht voor het relatief droge Centraal
Aziatische klimaat. De deur is volledig van hout gemaakt. Let op! Het is
een grote belediging om op de drempel te stappen omdat men gelooft dat de
geest van het huis hierin woont. Afhankelijk van de rijkdom van de
familie, bezit de ger een houten, een vilten of helemaal geen vloer. Het
gemiddelde gewicht van een ger (zonder meubels) is ongeveer 250kg.
Inrichting Traditioneel
wordt de ger zó geplaatst dat de deur naar het zuiden gericht is. De
oostkant is gereserveerd voor de vrouwen, de westkant voor de mannen.
Helemaal achteraan is de plaats voor de gasten en de ouderen. In
de stedelijke gebieden zijn de gers voorzien van elektriciteit, maar op
het platteland gebruikt men kaarsen en olielampjes voor de verlichting.
Centraal staat een kachel voor de verwarming en om op te koken. Op de
steppe wordt, bij gebrek aan hout, gedroogde mest gebruikt als brandstof.
Het toilet is zonder uitzondering altijd buiten. Het baden wordt normaal
in rivieren en meren gedaan. Maar wanneer veel gers bij elkaar staan wordt
soms een speciaal badhuis (khaluun) gebouwd voor de hele gemeenschap.
|
|
Ger etiquette -
Klop nooit op de prachtig gedecoreerde deur van een ger. In plaats daarvan
hoor je “Nokhoi khor!” te roepen. Letterlijk vertaald, betekent dit
“Houdt de hond binnen!”. Leer dit best keurig uit te spreken om te
vermijden dat je levend wordt verscheurd door hun uiterst agressieve
waakhonden. -
Proef altijd van wat u wordt aangeboden. Lust je het niet, doe dan
tenminste alsof en plaats je hand boven de schotel of kom om te vermijden
dat ze bijvullen. -
Wanneer een oudere een snuifdoos aanbiedt, neem dan een beetje snuiftabak
tussen wijsvinger en duim. Breng het bij je neusgat, adem lang en diep in
en glimlach zo breed mogelijk. Indien
de snuifdoos leeg is (omdat hij geen snuiftabak kan betalen), maak daar
dan geen opmerking over, maar doe alsof. -
Leun nooit tegen de centrale steunpalen. -
Fluit nooit binnenin een ger. -
Vuur is heilig. Stamp geen vuur uit, gooi er geen water overheen en
verbrand er zeker geen vuilnis in. -
Sta nooit met je rug voor het huisaltaar, tenzij je buitengaat. -
Neem nooit eten aan met je linkerhand. -
Raak nooit iemand zijn hoed aan. -
Rol uw hemdsmouwen niet op. Probeer zelfs uw polsen niet te ontbloten. -
Laat uw wapens buiten. -
Schrijf niets op in rode inkt. -
Richt nooit een mes naar iemand. -
Mors geen melk. - Als je per ongeluk tegen iemands benen schopt, geef hem dan onmiddellijk een handdruk.
|